WAT IS RE-ENACTMENT?

Re-enactment is strikt gesproken het naspelen of uitbeelden van historische gebeurtenissen door deelnemers in historisch kostuum. En op ‘strikt’ moet beslist de nadruk worden gelegd, want re-enactment is soms levensecht.

Wandelaars langs de kade van het Dok van Perry in Vlissingen kijken verbaasd omhoog. Zien ze daar nu marine-officieren rondlopen? Die ook nog eens op het gemak ieder een pijpje roken aan dek van de voormalige oceaanmijnenveger Hr.Ms. Mercuur? Als je goed kijkt zie je dat de officieren toch wel aan de jonge kant zijn. Maar het lijkt allemaal heel echt. En dat is ook precies de bedoeling bij re-enactment.

De “officieren” zijn Sjoerd (15) uit Veere en Sem (16) uit Gouda. Ze hadden gevraagd om een keer langs te mogen komen op de Mercuur om wat foto’s te kunnen maken terwijl ze in hun vooroorlogse uniformen poseren. Nu is de Mercuur gebouwd in 1954, maar de scheepstechniek van de jaren ‘40 en en ‘50 ontloopt elkaar niet veel. Een prima achtergrond voor foto’s voor hun gezamenlijke hobby: re-enactment. Daarover later meer.

De jongens zijn allebei lid van het Zeekadetkorps, de jeugdvereniging die jonge mensen laat kennismaken met de maritieme wereld. Dus schepen en varen, dat zat ze al aardig in het bloed. Maar wie Zeekadetkorps zegt, zegt ook uniformen, want als de zeekadetten ergens representatief optreden, doen ze dat in uniformen die gebaseerd zijn op die van de Koninklijke Marine. En zo ontstond bij Sjoerd en Sem de belangstelling voor uniformen en de geschiedenis daarvan. 

Die belangstelling bracht ze ook bij elkaar. Sem zag op Facebook een foto van Sjoerd als onderofficier van de wacht – herkenbaar aan de fraaie witte koppelriem – en reageerde daarop. Zo kwamen ze in contact en kreeg de hobby een boost. En dankzij internet en telefoon is afstand niet echt een probleem om enthousiast dingen uit te wisselen over de hobby. Sem was al een tijdje begonnen met re-enactment en kleding van vroeger. Sjoerd kreeg de smaak te pakken en toen Sem voor het eerst naar Veere kwam met een prachtig battle dress tenue uit de oorlog was hij meteen verkocht. “Mijn moeder zei: ‘Nou wil jij zeker ook zo’n uniform!’. Dat had ze goed gezien, want toen begon de ellende!”, vertelt hij lachend. Hij nam een baantje en spaarde maandenlang om zijn eerste uniform, een battledress in de rang van onderofficier, te kopen.

Sjoerd, links in beeld, draagt het battledress tenue. Sem draagt een origineel uniform uit 1939 van een luitenant ter zee 3e klasse van speciale diensten. Dit is te zien aan de groene bies onder het galon. Het is waarschijnlijk tijdens de oorlog ook nog gedragen door Jhr Carl Johann Philipp von Mühlen.

Voor de buitenwacht is het een hobby die wel even een uitleg nodig heeft. “Re-enactment heeft niks met ‘verkleden’ te maken, legt Sem uit. Het is levende historie. Je trekt kleding aan van toen en je doet na wat er toen gebeurde. Je kijkt op oude foto’s hoe mensen er bij stonden en wat ze aan hadden”. Sjoerd en Sem hebben het meest met kleding uit de tijd van het interbellum, vanwege de bijzondere sfeer van de kleding van toen. “Veel mensen kiezen voor landmacht, de marine zie je echt een stuk minder. Er is wel een re-enactment groep van de marine en daar ben ik nu ook bij aangesloten.”, vertelt Sem. Waarom de marine? “Het zijn gewoon de sjiekere pakken met dat goud op donkerblauw, dat is gewoon prachtig om te zien. We doen niet alleen maar marine trouwens.” vertelt Sjoerd. “Ik heb ook een klassiek pak uit de jaren ‘30 en Sem heeft een mooi PTT-uniform van vroeger.” Ze waren ook al eens op bezoek in het Openluchtmuseum in Arnhem, waar ze veel waardering en bekijks van bezoekers en vrijwilligers van het museum trokken.

De hobby re-enactment begint met heel goed kijken naar oude foto’s en filmpjes. Wat droeg men? In welke combinaties? Wat waren typische houdingen? De beeldbank van het Nationaal Instituut voor Militaire Historie is daarvoor de beste bron. En binnen re-enactment groepen zit ook veel kennis, je kunt altijd iets aan elkaar vragen.

De jongens verzamelen complete uniformen maar ook delen van uniformen. Ze kijken rond op Marktplaats, Etsy en aanbieders van militaria op internet. “Helemaal compleet vind je niet zo veel of het is erg duur, maar je kunt ook zelf dingen ombouwen, dus delen van uniformen zijn ook handig om te hebben. Die kun je dan weer aanpassen. Zo heb ik epauletten weer hersteld naar hoe ze vroeger waren.“, vertelt Sem.

Sem kijkt op zijn bijpassende vooroorlogse horloge. Sjoerd poseert op de achtergrond in zijn battle dress tenue.

Wat opvalt is dat de heren met het dragen van de kleding enthousiast raken over de details ervan. “Die broeken hebben een hoge taille. Je draagt ze met katoenen bretels, dat is echt iets van toen, en dat draagt allemaal zó lekker gewoon. Je snapt niet waarom ze daarmee gestopt zijn.” Ook de klassieke zwarte herenschoenen, ze zijn er ronduit enthousiast over. “En kijk eens naar die naden van dat uniformjasje, die zijn nog met de hand gestikt! Dat zie je tegenwoordig niet meer.” Mooie accessoires uit het verleden maken het af. Sem draagt manchetknopen die nog van een overgrootopa in Indië geweest zijn, Sjoerd heeft een oud zakhorloge en allebei hebben ze een fraaie pijp om de rokende officier van toen uit te kunnen beelden.

Sjoerd – rechts op de foto – is hier gekleed als luitenant ter zee der tweede klasse in klein tenue (tegenwoordig groot tenue genoemd) met parade handschoenen anno jaren ‘20.

Sjoerd kocht deze officierspet in een winkeltje en zag dat er een naam in stond. “Toen ben ik eens gaan zoeken, en nu blijkt dat dit de pet van de burgemeester van Zierikzee is geweest, die kennelijk bij de marine heeft gediend. Dat maakt het extra bijzonder.”

Sem: “Ik heb de staat van dienst van de man van wie dit pak geweest is. Superleuk om te weten, dat iemand dit echt aan heeft gehad in die tijd. Misschien is hij wel in Engeland geweest. Je kijkt eigenlijk ook als een soort detective naar die kledingstukken.” Vroeger bestelden officieren hun kleding bij een eigen kleermaker. Hier het kledingmerk van het uniformjasje van Sem.

Het lijkt zo wel alsof de Mercuur op volle zee vaart, onder deskundige leiding van twee officieren.

Niet alles van de marine komt in aanmerking. Matrozenpakken vinden ze wel mooi maar niet zo prettig. “Zo’n kiel (ook wel baaien hemd genoemd) draagt echt niet lekker, want je trekt het niet makkelijk even aan of uit. De Engelsen hadden er een tijdje eentje met een rits, maar daar zijn ze mee gestopt. En die open V-hals is behoorlijk koud, ik draag er vaak nog wat onder, anders blijf je kou vatten.” Verder vinden ze dat ze niet alles realistisch kunnen dragen, gezien hun jonge leeftijd. Even hebben ze discussie daarover. Sjoerd vindt dat alles tot luitenant ter zee 1e klas nog wel moet kunnen. Sem spreekt tegen, en zegt dat aan het einde van de oorlog de oudere commandanten wel begonnen op te raken, maar dat luitenant ter zee 2e klas dan toch wel het maximum is. Niet dat ze “nee” zouden zeggen tegen een fraai pak van een hoge officier overigens – om van de bijbehorende sabel nog maar te zwijgen – maar zelf dragen is er dan niet bij.

OPROEP!

Uit onze “dubbelen” in de collectie aan boord van ex Hr.Ms. Mercuur konden we Sem en Sjoerd een aantal kledingstukken toestoppen. Daar waren ze erg blij mee. Maar misschien heeft u op een zolder of in een oude zak of doos nog iets liggen dat zij mogelijk kunnen gebruiken? Laat het ons even weten, dan geven we de jongens een seintje. secretariaat.smev@gmail.com of telefonisch 06 424 967 56 (Rob Schouw, tijdens kantooruren), dan zorgen wij dat ze hiervan op de hoogte gesteld worden.