Skip links

Verhalen van onze grijze dame

Maak een tijdreis naar een schip dat ruim zeventig jaar geschiedenis vertelt! Onze Grand Old Lady – ze is geboren in de VS, dus ze spreekt ook Engels –  is veel meer dan een oud marineschip: het is een levende getuige van de Nederlandse marinegeschiedenis. Hier ontdek je hoe het schip werd gebouwd, wat het deed tijdens haar dienstjaren en hoe ze uiteindelijk een museum werd waar je alles zelf kunt beleven.

Born in the USA

Het schip werd van 1952 tot 1954 gebouwd op de familiewerf van Peterson Shipbuilders Inc. in Sturgeon Bay, Wisconsin. Het schip is gebouwd als houten oceaanmijnenveger. Hout? Jazeker! Dat klinkt misschien vreemd voor een marineschip, maar het had een belangrijke reden: magnetische mijnen konden geen kwaad aanrichten bij een houten schip. Veilig varen in gevaarlijke wateren dus! Na de bouw kwam het schip naar Nederland in bruikleen van de VS, als onderdeel van het Mutual Defense Assistance Programme (MDAP). Samen met vijf zusterschepen versterkte het schip de mijnenveegcapaciteit van de marine, die na de Tweede Wereldoorlog weer opgebouwd moest worden.

Hr.Ms. Onverschrokken: start in de VS en in Doornroosje slaap…

Bij haar indienststelling kreeg het schip de naam Hr.Ms. Onverschrokken. Na een half jaar training in de VS voer het naar Nederland. Net als haar zusterschepen belandde het schip in conservatie in Den Helder, in de zogenaamde “mottenballenvloot”. De Nederlandse marine had inmiddels genoeg andere mijnenvegers, een flink personeelstekort en kon bezuinigen door mijnenvegers in te zetten die minder bemanningsleden nodig hadden. Niet veel actie dus, maar dat zou later flink veranderen.

Nieuwe missie, nieuwe naam

In 1971-1972 kreeg het schip een tweede leven. Ze werd omgebouwd tot torpedowerkschip. Op het achterdek werd een grote kraan geïnstalleerd om oefentorpedo’s van onderzeeboten uit de zee op te pikken en aan dek te brengen. Ook kwam er een speciale werkplaats om de torpedo’s te kunnen onderhouden. Daarna kon de kraan de torpedo’s weer afgeven aan de onderzeeboot die langszij lag. Het schip ging over naar de onderzeedienst en kreeg de nieuwe naam Hr.Ms. Mercuur (A856).
Vanaf dat moment ondersteunde ze de Nederlandse onderzeeboten en voer vaak naar Noorse en Schotse wateren. Zo werd het schip een onmisbare schakel in de onderzeedienst.

Emblemen en symboliek

Het embleem van de Mercuur vertelt haar verhaal: de slangen symboliseren het gevaar van torpedo’s, de staf verwijst naar Mercurius, de Romeinse god die twisten beslechtte, en de spreuk “ab ortu ad occasum” betekent: van zonsopkomst tot zonsondergang – het tijdsvenster waarin met  torpedo’s werd geoefend.

Dreigende sloop… maar gered!

In 1987 werd de Mercuur uit dienst gesteld en dreigde ze te worden gesloopt. Dankzij de grote inzet van vrijwilligers en stichtingen werd ze gered en kreeg ze een nieuwe toekomst als museumschip. Sinds 2017 ligt het als Living History Museumschip Mercuur in Vlissingen.

Nu kun jij aan boord zelf ontdekken hoe het leven op een marineschip was, van de kajuit van de commandant tot de machinekamers, en alles leren over torpedo’s, mijnen en het dagelijks leven van de bemanning.

Ruim 70 jaar verhalen

Onze “grijze dame” heeft er al meer dan 71 jaar opzitten en geniet nu van haar oude dag in het historische Dok van Perry in Vlissingen. Alle mooie verhalen, van ontwerp en bouw, tot de overbrenging naar Nederland en haar “wilde” tweede leven als torpedowerkschip – inclusief de verhalen van de oud-opvarenden komen bij elkaar in het rijk geïllustreerde boek “Onverschrokken overleefster”

Meer over het boek