Het Marshallplan was een omvangrijk materieel
hulpplan, dat op initiatief van de toenmalige
Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken
George C. Marshall drie jaar na de Tweede
Wereldoorlog in werking trad.
Dit European Recovery Program was gericht op de
economische wederopbouw van de door de oorlog
getroffen landen in Europa. Een belangrijke
drijfveer van deze hulp was het vormen van een
sterke buffer tegen de expansie van het
communisme vanuit de Sovjet-Unie van Stalin. De
betrekkingen tussen de VS en de Sovjet-Unie
waren namelijk in snel tempo verslechterd en
hadden geleid tot de "Trumandoctrine". Het
Marshallplan is dus vooral ook een
propagandamiddel geweest.
Marshall deed het voorstel officieel op 5 juni
1947 in een toespraak aan de
Harvard-universiteit in Cambridge,
Massachusetts. Hij stelde daarbij de voorwaarde
dat de deelnemende landen met een
gemeenschappelijk Europees plan zouden komen.
Eind juni organiseerde de Britse minister van
Buitenlandse Zaken Bevin in Parijs een
drie-mogendhedenconferentie. De Russische
minister Molotov verzette zich tegen het
Marshall-plan dat hij beschouwde als een
'bedreiging voor de soevereiniteit van de
kleine Europese landen.'
Op een conferentie in Parijs, die in juli 1947
plaatsvond, waren zestien Europese landen
vertegenwoordigd om het plan te bespreken.
Spanje (dat onder Franco formeel neutraal was
gebleven) en de Sovjet-Unie waren niet
uitgenodigd. Diverse Oost-Europese landen die
ook voor hulp en deelname in aanmerking kwamen
namen op last van Stalin niet deel aan de
conferentie.
De West-Europese landen stelden in september
1947 samen een economisch herstelplan op dat
vervolgens aan de Amerikaanse senaat werd
overhandigd.
De hulp bestond tussen 1948 en 1952 concreet
uit geld, goederen, grondstoffen en
levensmiddelen voor een totaalwaarde van 12,4
miljard dollar vanuit de Verenigde Staten. 1,5
miljard daarvan kwam ten goede aan het
verwoeste Duitsland, waardoor dit land de oude,
waardeloos geworden Reichsmark op 20/21 juli
1948 kon vervangen door de Duitse mark en de
lege winkelschappen weer gevuld konden worden.
Ook de andere landen die profiteerden van de
Marshallhulp kregen hierdoor een belangrijke
impuls voor de opbouw van hun industrieën en
energievoorziening. 20% van de hulp was een
lening, 80% was gift.
Ten onrechte wordt vaak gedacht dat de
economische opleving in West–Europa, die
al snel na de 2e wereldoorlog ontstond,
grotendeels is toe te schrijven aan de
Marshallhulp. Wel maakte de hulp voor veel
mensen het verschil tussen leven of dood. Eind
1947, dus voor de uitvoering van het
Marshallplan, was de Britse en de Franse
productie alweer op het vooroorlogse niveau.
Nederland, Italië en België volgden eind 1948.
De oorzaken van deze ´boom´ zijn onder andere
de talloze nieuwe, vooral Amerikaanse,
technieken en productiemethodes waarmee men
tijdens de oorlog had kennisgemaakt. Nederland,
voorheen een vooral agrarische staat, maakte
een snelle inhaalslag en industrialiseerde op
ongekende schaal.
Voor Nederland dreigde de Marshall-hulp in 1950
voortijdig te eindigen: Toen Amerika in 1950 de
Koreaanse Oorlog tegen het communisme begon,
vroeg het aan Nederland om troepen te sturen.
Toen Nederland dit weigerde, dreigde Amerika de
Marshall-hulp op te zeggen. Ook in Frankrijk en
Italië werden duidelijke voorwaarden aan de
hulp gesteld. In mei 1947 werden de
communisten, onder druk, uit de Franse regering
gezet. Een maand later kreeg ook de Italiaanse
regering een duidelijk anti–communistisch
gezicht.
Bron:
Wikipedia
©
de koperen plaat van het Marschall Plan






